De geschiedenis van Kendo
Kendo betekent letterlijk in het Japans: "de weg van het zwaard". Het verwijst naar het traditionele zwaardvechten (kenjutsu) zoals het is ontwikkeld en beoefend door Bushi (elite-soldaten) of Samurai (ridders). Kendo heeft een lange en rijke geschiedenis. Japanse zwaarden waren vroeger niet de gebogen zwaarden zoals we ze vandaag zien maar waren platte, rechte zwaarden die op een primitieve manier gemaakt werden voor steken en simpele slagen. De Japanse zwaarden zoals we ze vandaag de dag zien verschenen rond 940, zijn scherp aan één zijde en zijn licht gebogen. Voordat deze twee-handige zwaarden werden ontwikkeld waren de te paard zittende soldaten beschermd door een zwaar harnas en reden zij met de het zwaard in de rechterhand.
De oorsprong van kendo ligt in de beroemde “zwaardscholen” die zijn ontstaan tijdens de turbulente Muromachi-periode (1336-1568). Dit tijdperk werd gekenmerkt door hevige interne conflicten in Japan, dat een grote vraag naar geschoolde strijders voor de feodale krijgsheren met zich mee bracht. De vele “zwaard scholen” uit deze periode bleven bloeien in het Tokugawa-tijdperk (1668-1868). De Itto Ryu school is de school die het moderne kendo het meest heeft beïnvloed.
Het oefenen met echte zwaarden was een gevaarlijke bezigheid. Vanaf de 18de eeuw gingen veel scholen daarom technieken en uitrustingen toepassen die het mogelijk maakten om veilig te oefenen. Zo heeft kendo zijn huidige vorm gekregen met de introductie van een beschermende uitrusting en het gebruik van de shinai.
Van 1868 tot in de jaren 1880 probeerde de regering Japan volledig te moderniseren ten koste van alle oude tradities en dus ook ten koste van de samurai en de schermkunst (Bushido). Talloze schermscholen werden gesloten en er werd een algemeen verbod uitgevaardigd op het dragen van zwaarden in het openbaar. In die tijd was het bijzonder moeilijk voor het kenjutsu (zwaardvechten) om te overleven. Toch bleef een groot deel van de Japanners hardnekkig aan kenjutsu doen. Scholen gingen door in het geheim en al was het aantal leerlingen enorm geslonken, toch gaven de oude zwaardmeesters hun trouwe leerlingen niet op. Uiteindelijk gaf de Meiji-regering toe en werd in 1872 aan Sakibara Kenkichi toegestaan om de Gekken Kaisha (scherm genootschap) op te richten, publieke demonstraties te geven en zelfs openlijke toernooien te houden.
Omdat de ouderwetse manier van het oefenen met stalen zwaarden en hardhouten zwaarden onnodig veel letsel veroorzaakte, werden rond 1710 bamboe oefenzwaarden ontwikkeld door Japanse harnas- en zwaardsmeden. Rond 1740 improviseerden deze smeden een borstharnas ("Do"), een bijbehorende helm ("Men") en beschermende handschoenen ("Kote"). Zoals je je wel kunt voorstellen waren de eerste van dit soort bamboezwaarden en harnasuitrustingen vrij primitief en werden in de eeuwen daarna uitgewerkt tot verfijnde Kendo uitrustingen.
Na de Tweede Wereld Oorlog was kendo verboden vanwege zijn nationalistische en militaristische kenmerken, net als alle andere martiale sporten. In 1952 echter werd kendo opnieuw en succesvol geïntroduceerd in de moderne Japanse maatschappij als “sport”, beter passend bij de behoeften en waarden van de na-oorlogse maatschappij. Sinsdien is kendo een integraal onderdeel geworden van de Japanse cultuur met een universele boodschap. Hoewel kendo elementen van sport en wedstrijd in zich heeft, blijft het gebaseerd op tradities die zowel hun verschijning als de uitnodigende werking behouden bij generaties van beoefenaars. Kendo blijft zich ontwikkelen onder leiding van de “All Japan Kendo Federation”, de “International kendo Federation” en vele bonden overal ter wereld.
Kendo uitgelegd
Het concept van Kendo is het disciplineren van het menselijk karakter door toepassing van de principes van het Katana (zwaard).
Het doel van het beoefenen van Kendo is:
- Het vormen van de ziel en het lichaam,
- Het cultiveren van een krachtige geest,
- En door correcte en strenge training,
- Het streven naar verbetering in de kunst van Kendo,
- Het respecteren van menselijke beleefdheden en eer,
- Het associëren met anderen met oprechtheid,
- En om voor altijd de cultivatie van zichzelf na te volgen.
Dit stelt iemand in staat:
- Om te houden van zijn/haar land en maatschappij,
- Om bij te dragen aan de ontwikkeling van cultuur,
- En om vrede en welvarendheid uit te dragen naar anderen.
(Het Concept van Kendo is ontwikkeld in 1975 door de All Japan Kendo Federation)
Een beginnende kendoka zal hard moeten trainen om een mentale controle te ontwikkelen om de basisoefeningen correct uit te voeren. Kendo kun je vanaf elke leeftijd doen, jong en oud. Kendo kan in het algemeen op 2 manieren worden geoefend:
- Kata: dit zijn voorgedefineeerde opeenvolgingen van aanval en verdedigingen die door tussen twee partners worden uitgevoerd, de Uchidachi (aanvaller) en Shidachi (verdediger). De kata is vooral om de pure aspecten van kendo te oefenen, en wordt uitgevoerd met een houten zwaard, genaamd bokken.
-
Shinai Jitsugi: dit zijn oefeningen met de beschermende onderdelen aan en met de shinai, een van repen bamboo gemaakt zwaard. Shinai kendo laat de kendoka de spontaniteit, dynamiek en de wisselwerking tussen aanval, counter en verdediging van een werkelijke strijd( Jigeiko) ervaren.
Om tijdens een strijd succesvolle slag te maken zal een kendoka zijn geest (Ki), zwaard (Ken) en lichaam (Tai) tegelijkertijd moeten gebruiken.
Het volgende filmpje geeft de bovenstaande aspecten van het kendo prima weer.
Een uitgebreide introductie op kendo is te vinden op Youtube, zeker de moeite van het bekijken waard!
Technieken in het moderne sportkendo
Terug in de oudheid waren de technieken, die gebruikt werden in Bushido zeer gevarieerd en uitéénlopend. Trefgebieden op het menselijk lichaam omvatte slagen naar de bovenbenen, onderbenen, knieën, genitaliën, onderbuik, oksels, bovenarm, onderarm, elleboog, polsen, nek, hoofd, keel, gezicht, and rug (indien mogelijk...). In het moderne sportkendo zijn de trefgebieden beperkt tot slechts vier locaties:
- keel (tsuki),
- hoofd (men),
- polsen (kote) en de
- onderbuik (do).
Voor het zwaardvechten gebruikt men een ‘shinai’ (bamboe zwaard). Dit zwaard representeert een katana, maar een bamboezwaard is geen stalen zwaard. Een shinai heeft hierdoor enkele noemenswaardige nadelen:
Allereerst is het zo dat een shinai niet hetzelfde weegt als een katana, hierdoor mist een shinai het momentum van een stalen zwaard. Een shinai is simpelweg veel te licht en daardoor reageert het totaal anders dan een echt Japans zwaard. Als gevolg hiervan zijn de bewegingen in kendo ook een stuk sneller dan dat ze in het echt zouden zijn en daardoor worden veel essentiële zwaardtechnieken buitengesloten. Er is geen tijd voor klemmen, worpen of andere interessante handelingen. Dit terwijl de oude samurais erom bekent stonden te sparren met een ‘boken’ (houten zwaard), die omwikkeld was met lappen stof, zodat het verschil in gewicht met een echt zwaard geminimaliseerd werd. Ten tweede heeft een shinai geen duidelijke scherpe kant en een platte kant, doordat de vorm van het bamboe rond is. Weten waar je op je zwaard geraakt wordt en weten met welk gedeelte van je zwaard je iemand getroffen hebt is essentieel voor de ontwikkeling van een goede techniek. Een nadeel van het vecshten met een bogu (harnas) is dat je veel dode hoeken hebt door het kendo masker (de men), daar deze vrij ver naar voren uitsteekt en aan de zijkanten niet of nauwelijks zicht biedt op wat erom je heen gebeurt.
Meer informatie over kendo is uiteraard te vinden op wikipedia